Joop Moesman: Surrealisme met BDSM-hart
Wanneer mensen aan Nederlandse surrealistische kunst denken, vallen namen als Salvador Dalí of Max Ernst vaak als eerste. Maar dichter bij huis, in Utrecht, leefde en werkte Johannes Hendrikus (Joop) Moesman (1909-1988): de enige officieel erkende Nederlandse surrealist. Zijn werk balanceert tussen dromerige landschappen, erotische spanning en expliciete kink-elementen. Voor wie geïnteresseerd is in de kruisbestuiving van surrealisme en BDSM, is Moesman een absolute ontdekking, een verborgen parel uit de Nederlandse kunstgeschiedenis.



Van NS-tekenaar tot verborgen erotisch kunstenaar
Moesman groeide op in Utrecht en begon op zijn zestiende bij de Nederlandse Spoorwegen als loopjongen. Later werd hij tekenaar op de tekenkamer, waar hij grafieken en dienstregelingen maakte. Die baan was relatief rustig, met genoeg stille momenten om zijn potlood voor iets heel anders te gebruiken: Intieme, vaak expliciet sadomasochistische schetsen. Deze werken (meestal ongesigneerd en ongedateerd) bleven decennialang in de schaduw, tot ze in 2020 voor het eerst breed werden getoond tijdens de spraakmakende tentoonstelling De Tranen van Eros: Moesman, surrealisme en de seksen in het Centraal Museum Utrecht.
Zijn fascinatie voor erotiek en machtsdynamiek lijkt geworteld in zijn jeugd. Zijn vader, Johannes Anthonius Moesman, runde een steendrukkerij aan de Neude en verkocht onder de toonbank Duitse pornografische prenten. Die vroege blootstelling sijpelde door in Joops verbeelding, vermengd met invloeden van de Markies de Sade, wiens werk hij in de jaren 60 actief verzamelde en bewonderde.

De BDSM-elementen in zijn schetsen
Terwijl Moesman bekend werd met schilderijen als Het Gerucht, een naakte vrouw op een fiets, ca 1937/1941 (een werk dat destijds een schandaal veroorzaakte) zijn het vooral zijn privé-schetsen die BDSM-liefhebbers raken. Daarin verkent hij thema’s als bondage, dominantie, onderwerping, maskers, touwen en leren accenten. Vrouwen poseren vaak vastgebonden of in rituele poses, met een sfeer die schommelt tussen sensuele verleiding en sadistische spanning.
Een iconische uitspraak uit 1966 vat het treffend samen:
Ik ben nooit wreed tegen beesten, maar ik zou best een mooie vrouw willen martelen, een mooie vrouw die ervan houdt.
Joop Moesman
Provocerend? Zeker. Maar het wijst ook op een vroege erkenning van consensuele kink, iets wat in het pre-seksuele-revolutie-Nederland van de jaren 30-60 extreem taboe was. Zijn tekeningen voelen als een persoonlijke uitlaatklep, een surrealistische verkenning van verlangen en macht, ver weg van de keurige burgerlijke normen.


Nog steeds actueel in 2026
Meer dan 35 jaar na zijn dood blijft Moesmans werk verrassend relevant. In een tijd waarin BDSM steeds meer mainstream wordt en discussies over consent, fetisj en gender centraal staan, biedt zijn oeuvre een historische spiegel. Het Centraal Museum-tentoonstelling uit 2020 bracht hem internationaal weer onder de aandacht, met parallellen naar hedendaagse kunstenaars die kink en surrealisme combineren.
Zijn rauwe, ongepolijste schetsen vieren zelfexpressie en fantasie – precies wat veel kinksters vandaag de dag waarderen in hun eigen beleving.
Bekijk de video: Moesman en zijn scabreuze tekeningen
Een mooie introductie tot zijn erotische werk is deze video van Kunstruimte Kuub (2020), die focust op zijn scabreuze (schandelijke/erotische) tekeningen, bekijk op Vimeo.
Waar kun je meer zien?
Veel van Moesman’s schetsen liggen in museumarchieven of privécollecties, zoals die van het Centraal Museum in Utrecht. De tentoonstelling De Tranen van Eros bood een zeldzame kans om deze vroege BDSM-tekeningen te bewonderen. Op de website Vintage Bdsm Art kun je een kleine verzameling van zijn bdsm schetsen vinden.



Reacties, mits respectvol, zijn altijd welkom.