Erfgoed van Verlangen
Mijn vorige blogs Van verboden boekjes naar visueel erfgoed en Hoe Pulp CoverArt Bdsm kunst vormde, verdienden een aanvulling. Als liefhebber van BDSM en kunst ben ik altijd op zoek naar de wortels van onze subcultuur. Een van mijn fascinaties is hoe Europese pulp, die ondeugende en soms zelfs stoute kleurrijke boekjes uit de jaren ’30-’60 de Nederlandse BDSM-kunst beïnvloedde. In een tijd van strenge censuur vonden Franse en Vlaamse paperbacks met sensuele bondage-covers hun weg naar Nederland, vaak onder de toonbank. Deze ‘verboden vruchten’ brachten niet alleen erotiek, maar ook de visuele taal van macht en overgave die BDSM-kunst zo uniek maakt. Europese imports vormden onze lokale fetish-esthetiek.



Als papiermaker beginnen we met pulp, en daarvoor gebruiken we vaak oud papier. Begin jaren 1990 werden er een paar maal per jaar een afspraak gemaakt om de door de overheid in beslag genomen porno te laten vernietigen in een papierfabriek. Voor de politie kwam moesten we de band leeg maken zodat het in eens gelost en verwerkt kon worden en er geen uren gewacht hoeven te worden door de politie. Het personeel zorgde er voor laarzen aan te hebben en hier en daar verdween er lectuur in een laars. Op deze manier werd pulp tot pulp verwerkt en er nieuw papier van gemaakt!
Ervaringsdeskundige in en over pulp
Het personeel was er ook altijd blij mee.
Smokkelroutes en Sensatie: Pulp in Nederland
In het Nederland van de jaren ’30-’50 was openlijke erotiek een taboe, ingeklemd door calvinistische normen. Toch sijpelden Europese pulps (goedkope boekjes met prikkelende covers) via smokkelroutes en Antwerpse uitgevers naar Amsterdamse achterkamertjes. Franse paperbacks, met hun dramatische illustraties van vrouwen in touwen of dominante poses, waren een hit onder verzamelaars. Ze leenden de ‘damsel in distress’-stijl van Amerikaanse pulps, zoals die van Earle Bergey, maar voegden een Europese flair toe: subtieler, met expressionistische schaduwen en elegante lijnen.



Vlaanderen speelde een sleutelrol. In de jaren ’50-’60 produceerden uitgevers daar een stortvloed aan erotische boekjes, zoals Black Venus (meer dan 30 herdrukken) en de reeksen van Sacha Ivanov, een pseudoniem van Rachel Van Overbeke . De identiteit van Sacha Ivanov bleef lange tijd een goed bewaard geheim. Achter het pseudoniem ging geen rijzige, zongebruinde avonturier schuil, zoals vele jonge lezers dachten, maar de Gentse onderwijzeres Rachel Van Overbeke (1888-1943). De Russisch klinkende naam was een samentrekking van de familienamen van haar man en haarzelf: Ysebie-Van Overbeke. Van 1936 tot aan haar dood schreef zij ruim 290 wekelijks verschijnende populaire verhaaltjes in de reeks Ivanov’s Verteluurtjes. Deze verhalen waren vol lichte BDSM-thema’s: dominante vrouwen, onderdanige mannen, en exotische slavernij-scènes. De anonieme covers, met vrouwen in korsetten of gebonden in dramatische settings, bereikten Nederland via informele netwerken. De schetsen waren door haar zelf gemaakt.
Ook in de Erfgoedbibliotheek was dit deel van de Vlaamse romanproductie lange tijd onzichtbaar, vanuit de overtuiging dat men enkel hoogstaande kunstvormen – literatuur met de grote L – moest bewaren voor het nageslacht. Voor de zogenaamde lectuur, triviaalliteratuur of driestuiverroman was dus geen plaats. Pas met de ontwikkeling van de cultural studies in de (late) jaren zestig van de vorige eeuw ontstond er meer aandacht voor pulpliteratuur. Onderzoekers gingen beseffen dat ook populaire fictie inzicht kon geven in de cultuur waarin ze was ontstaan. Zulke boeken werden immers stukgelezen door een bijzonder groot en divers leespubliek. Daarom verzamelt de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience dit soort pulpliteratuur nu met terugwerkende kracht, omdat ze net zo goed deel uitmaakt van ons culturele erfgoed.
Consience Bibliotheek
Van Import naar Nederlandse Kunst
De seksuele revolutie van de jaren ’60-’70 gaf Nederland ruimte om deze invloeden te omarmen. Lokale uitgevers zoals A.W. Bruna, bekend van detective-pulp, lokaliseerden Franse en Vlaamse covers met Nederlandse titels. Denk aan donkere illustraties van vrouwen in ketenen, geïnspireerd door artiesten als André Collot, wiens erotische gravures de underground bereikten. Deze esthetiek vond weerklank in de Nederlandse kunst, zoals bij Jaap Moesman (1909-1987). Zijn surrealistische schilderijen, zoals De Ontmoeting (1962), mengden bondage en fetish met droomachtige taferelen, een echo van de Europese pulp maar met een lokale, bijna poëtische twist.
De doorbraak kwam met Massad, het eerste Benelux BDSM-magazine (1987-heden). De kleurrijke covers, vol touwen en leer, leunden op de visuele taal van geïmporteerde pulps, maar voegden een Nederlandse openheid toe: trots en zonder schaamte. Hedendaagse kunstenaars zoals Jan van Rijn zetten deze traditie voort. Zijn fotorealistische bondage-illustraties, vaak speels en sensueel, voelen als een moderne versie van die vroege covers, maar met een nuchtere Nederlandse flair. Net zoals de werken van Kansuke Yamamoto of Sardax, die ik eerder op deze site besprak, tonen ze hoe BDSM-kunst schoonheid vindt in spanning en overgave.



Veiligheid en Kunst: Een Link
De erotische pulps waren rebels, maar herinneren ons ook aan het belang van consent en respect, zoals ik in mijn blog op BdsmMinnend over SSC en RACK schreef. De covers mochten dan wild zijn, de onderliggende thema’s van macht en vertrouwen zijn precies wat BDSM zo krachtig maakt. Ze inspireerden niet alleen kunst, maar ook de subcultuur die we vandaag vieren.
Conclusie: Een Erfgoed van Verlangen
Europese pulp-imports brachten de vonk van fetish en BDSM naar Nederland: van Franse gravures tot Vlaamse verteluurtjes, ze legden de basis voor onze eigen visuele taal. Zonder die ‘stoute’ imports geen moderne BDSM-kunst (en geen sites zoals waar ik mij al jaren mee bezig houd)
Bronnen
Erfgoed Bibliotheek


Reacties, mits respectvol, zijn altijd welkom.