Spreekwoorden en Bdsm
De Nederlandse taal zit vol met spreekwoorden en zegswijzen die, als je ze door een bdsm-bril bekijkt, opeens een heel andere (en vaak hilarische) lading krijgen. Wat bedoeld was als onschuldige volkswijsheid, blijkt in een bdsm-context soms verrassend toepasselijk.
Historisch gezien is dit helemaal niet zo vreemd. In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw circuleerden er al ansichtkaarten met vergelijkbare dubbelzinnige spreuken. Sets met speelse ondertoon, soms met een knipoog, soms met een serieuzere boodschap. Wie geïnteresseerd is in deze historische kaarten, kan een uitgebreide collectie vinden op de Spanking Art Blog.
Onderstaande selectie spreekwoorden laat zien hoe rijk onze taal is, en hoe snel een onschuldige uitdrukking verandert in een grijns bij wie de bdsm-wereld kent. Aanvullingen zijn altijd welkom!
Spreekwoorden met een dubbele bodem
Aan de touwtjes trekken – Wie de touwtjes in handen heeft, bepaalt wat er gebeurt. In een bdsm-dynamiek krijgt dit letterlijk betekenis: of het nu om bondage gaat of om de macht die bij de juiste persoon ligt.
Aan de leiband lopen – Oorspronkelijk verwijzend naar een hond aan de lijn, maar in een d/s-relatie is de leiband soms juist precies wat iemand zoekt: structuur, leiding en iemand die de weg wijst.
Als de broek gespannen staat, is het een zot die er niet op slaat – Dit oude spreekwoord spreekt vrijwel voor zich. De spanning is er, de gelegenheid is er kortom wie dan nog aarzelt, mist volgens het gezegde zijn kans.
Op zijn kas krijgen – Een uitdrukking die ooit verwees naar een berisping of straf. In een bdsm-setting is “op zijn kas krijgen” soms precies het doel van de sessie.
De broek aan hebben – Degene die “de broek aan heeft” is de baas. Binnen FemDom-dynamieken is dit misschien wel het meest letterlijk toepasbare spreekwoord uit de Nederlandse taal.
De gard krijgen – “Gard” verwijst oorspronkelijk naar een roede of stok. Dat dit spreekwoord de tand des tijds heeft doorstaan, zegt misschien genoeg over de eeuwenoude bekendheid van deze praktijk.
Iemand onder de duim houden – Wie onder de duim wordt gehouden, weet precies wie de macht in handen heeft. In een D/s-dynamiek is dit vaak letterlijk en figuurlijk de kern van de relatie.
De teugels in handen hebben – Degene die de teugels vasthoudt, bepaalt het tempo en de richting. In bondage of ponyplay krijgt deze uitdrukking een heel concrete betekenis.
Iemand aan banden leggen – Oorspronkelijk bedoeld als “beperken”, maar in de kinkscene is iemand aan banden leggen vaak precies wat er gevraagd (en genoten) wordt.
De lakens uitdelen – Wie de lakens uitdeelt, bepaalt de regels. In een power-exchange of FemDom-setting is dit spreekwoord bijna letterlijk van toepassing.
Op zijn donder krijgen – Een stevige berisping of pak slaag. In veel spanking-dynamieken is “op zijn donder krijgen” niet het probleem, maar juist het doel.
Iemand in het gareel houden – Het gareel is oorspronkelijk het tuig van een trekdier. Structuur, discipline en duidelijke leiding, precies waar sommige subs naar hunkeren.
De stok achter de deur – De dreiging van consequenties die zorgt dat afspraken worden nagekomen. In veel D/s-relaties is die stok (of roede, of riem) niet alleen dreiging, maar ook belofte.
Hardhandig aanpakken – Soms is een zachte hand niet genoeg. Dit spreekwoord krijgt in impact play en strengere sessions een heel praktische invulling.
Iemand kort houden – Controle houden, grenzen stellen, niet te veel ruimte geven. Voor velen in de scene een gewilde vorm van zorg en dominantie.
Op de knieën dwingen/gaan – Zowel letterlijk als figuurlijk een sterke uitdrukking van overgave en macht. In protocollen en rituals een van de meest zichtbare vormen van overgave.





tenderly0092f11142
Geweldige stuk!