De verborgen bondage van Charles Jeandel

Charles-François Jeandel (1859-1942) leefde het leven van een perfecte provinciale gentleman. Geboren in Limoges, mislukte hij als kunstschilder in Parijs en trok zich terug in de Charente. Daar werd hij actief lid van de Société Archéologique et Historique de la Charente, catalogiseerde romaanse kapelletjes, fotografeerde dorpsgezichten, zijn tuin, zijn kat en zijn gezin. Hij trouwde met Madeleine Castet (1877-1963), bijna twintig jaar jonger dan hij. Voor de buitenwereld belichaamde hij de ingetogen, ontwikkelde man met een passie voor geschiedenis, kunst en een keurige huishouding.

Na zijn dood bleef van zijn artistieke nalatenschap weinig meer over dan een groot schilderij van een Charentais brandweerman (dat nog altijd in het trappenhuis van het Hôtel de Ville in Angoulême hangt) en zijn naam.
Tot in 1987 de familie Braunschweig een album schonk aan het Musée d’Orsay. Het was een eenvoudig, ongemerkt album van kunstenaarsdoek, alleen voorzien van het etiket van een verfwinkel. Binnenin zaten cyanotypes, die diepblauwe, bijna schilderkunstige afdrukken die amateurs zelf konden ontwikkelen. Tussen de gewone foto’s van landschappen, kerken, familieleden en dieren lag een reeks van ruim honderd beelden die het beeld van Jeandel zowel als zijn nalatenschap veranderden.

Jonge vrouwen, soms alleen, soms met twee, naakt, gebonden met touwen die in polsen en enkels snijden. Onderdanige poses, gags van eenvoudige doeken, blinde doeken van zwart zijde, soms markeringen op de huid. Enkele foto’s tonen een mannelijke figuur, gebonden en met kap, anoniem. Veel opnames zijn gemaakt in een Parijs atelier, met op de achtergrond precies dat schilderij van de brandweerman dat vandaag nog in Angoulême hangt. Alsof het doek zelf getuige was van wat er zich afspeelde.

De foto’s dateren uit de jaren 1890-1900, waarschijnlijk vooral rond 1895-1896. Eén van de terugkerende modellen is een jonge vrouw van ongeveer achttien of negentien jaar. De tijdlijn past bij Madeleine: Jeandel trouwde haar in 1897 of 1898. Of zij inderdaad de vrouw is die we gebonden zien, blijft officieel onbevestigd (de identiteit van de modellen is nooit hard bewezen) maar het is zeer aannemelijk. Dat maakt de beelden nog intiemer.
Dit waren geen openbare erotische werken, gecreëerd met als diel verkoop, het was geen atelierwerk voor klanten of publicatie. Dit was privé.

Jeandel ontwikkelde de cyanotypes vermoedelijk zelf. Deze techniek was goedkoop, stabiel en gaf hem volledige controle, zonder dat hij een laboratorium of laboratoriumassistent nodig had. Hij kon in het geheim werken, tijdens verblijven in Parijs of later in de Charente. Geen dagboeken, geen brieven, geen bekentenissen.
Alleen dit album, dat hij zorgvuldig bewaarde en dat pas decennia na zijn dood de wereld in kwam.

Wat de foto’s tonen is geen eenduidige ‘ruwe pornografie’. Of deze beelden als pornografisch of seksueel gelden, hangt sterk af van de blik van de beschouwer en van de tijd. Wie weinig met bondage bekend is, zal er vooral seksuele handelingen in herkennen; wie de taal van BDSM kent, ziet eerder een studie in houding, spanning, controle en overgave. De waarheid ligt ergens daartussen.

Opvallend is dat het motief van de zwangere vrouw in bondage in de Japanse geschiedenis van kinbaku en erotische kunst vaker voorkomt. Dat een Europeaan als Jeandel, ver van die traditie, dezelfde fascinatie deelde, maakt zijn album des te merkwaardiger. Het onthult een geheime intimiteit die zijn tijd ver vooruit was en hem tot een van de vroegste documenteerders van bondage-fotografie maakt.

De volledige collectie is te zien op de website van het Musée d’Orsay. Daar liggen de blauwe afdrukken nog steeds: stil, indringend, en voor altijd verbonden met de man die overdag de perfecte provincial was en in het geheim iets heel anders.

Bronnen
Bdsm Art Archive
Bonobo – Alain Francois
Deviant Art – vertaalde tekst

Leave a Reply